FESTIVAL REVIEW: (GE)VARENWINKEL, VRIJDAG 26 AUGUSTUS 2022

(Ge)Varenwinkel, vrijdag 26 augustus 2022

(Ge)Varenwinkel Blues & Roots festival is traditiegetrouw het afsluitende festival van wat alweer een schitterende muzikale zomer was. De 24ste editie presenteerde een gediversifieerde internationale affiche. Wat we zo fijn vinden aan festivals als Varenwinkel is dat de opbrengst naar een goed doel gaat. Dit jaar viel de keuze op ‘Het Centrum voor Aangepaste Sporten’ (CAS vzw). Dat is een vzw die mensen met een handicap via sport helpt integreren in onze maatschappij. Meer info vind je op http://www.casvzw.be. Schitterend toch!

Tekst en Fotoalbum: Philip Verhaege


The Catsmokes mochten het festival openen. De band die afkomstig is uit Averbode,  distilleert een gezellige mixture van blues, rock-‘n-roll, hillbilly en een scheut country. Gitaristen Gerrit Cuypers (vocals) en Hans Van Zichem vinden hun zielsverwanten in bassist Jan Vermeulen en drummer Robert Theys. In het voorjaar toerden ze onophoudelijk met hun ‘20th Anniversary Tour’. Nu stond deze gig in het teken van het overlijden van collega muzikant Michel Schellens. De twanggitaren staan centraal en songs als ‘Long Way To Home’ en ‘Watch Out’ zorgen voor enige rock-attitudes. Dale Watsons’ ‘Whiskey Or God’ was dan weer een deugddoende countrysong. ‘Red Rose’ en ‘Marie Marie’ komen uit het rijkelijke songbook van The Blasters. Met een stem vol nadrukkelijk uitgerekte noten, die klinken als het bourdon van een fantoom, spijkeren The Catsmokes ook nog ‘Long White Cadillac’ doorheen de setlist.

Crystal Thomas feat. Luca Giordano Band mochten twee keer de Roots-tent ‘on fire’ zetten. Crystal werd bijgestaan door de Italiaanse gitaarwizzard Luca Giordano, Victor Puertas op  toetsen, bassist Antoine Escalier en drummer Pascal Delmas. Crystal Thomas komt uit Louisiana, Mississippi en werd in slaap gewiegd op de klanken van Muddy Waters en Jimmy Reed. Ze begon eerst trombone te spelen om daarna het vocale gedeelde voor haar rekening te nemen in het plaatselijke kerkkoor. Johnnie Taylor werd haar mentor en na zijn overlijden trad Crystal toe tot de band van Floyd Grisby. Ze ondertekende een lucratief contract bij het label Dialtone Records, wat heel wat internationaal deuren opende en had de langspeler ‘Now Dig This!’ in de stores.

Na een obligate funky intro kwam Thomas ons plezieren met haar immens stemstrot. Wie haar nog nooit aan het werk zag, keek met volle bewondering naar deze imposante diva. ‘I’m A Fool’ was hemelse soul, swingen deed ze met ‘I Don’t Worry’ en ‘Baby Don’t Leave’ én werd het swampy met ‘Don’t Move Me No More’. De zeldzame ballade ‘Ghost Of Myself’ bezorgde ons dan weer de nodige goosebumps. ‘Let The Good Time Roll’, baby…! De enige vraag die menig festivalganger nog restte, was waarom Crystal Thomas niet op het hoofdpodium stond.

De bekroonde San Francisco Bay-area bluesband Rick Estrin & The Nightcats, tweevoudig winnaars van de prestigieuze Blues Music Award voor ‘Band Of The Year’, promoot hun recentste Alligator Records-release ‘Contemporary’ uit 2019. Gedurende meer dan 30 jaar en negen albums stond Estrin aan het hoofd van Little Charlie & The Nightcats, waarbij hij zijn nummers, zang en mondharmonica feilloos combineerde met Charlie Baty’s unieke gitaarexcursies. De band kreeg internationale bijval en toerde herhaaldelijk de wereld rond. Toen Charlie in 2008 stopte met toeren, nam Rick de leiding. Om Baty’s mashup van blues, jazz en rootsrock te remplaceren zocht en vond Estrin in Kid Andersen, die met die andere harplegende Charlie Musselwhite had gewerkt, de ideale soulmate.

De grenzeloze gecombineerde talenten van bluesharmonicavirtuoos en soulvolle vocalist Estrin, gitaarmeester/producer en eigenaar van de inmiddels beroemde Greaseland Studio- Kid Andersen, Lorenzo Farrell op toetsen en de eindeloos creatieve drummer Derrick “D’Mar” Martin zorgden voor een inventieve en originele showcase. Het swingende ‘I’m Trapped’ vond al snel zijn gelijke in nummers als ‘Looking For Woman’, ‘House Of Grease’ en ‘Got It Good’. Swingende shuffles, intense gitaarriffs en die bluesy harp is de certificering van The Cats. En dan moest D’Mar zijn caprices nog etaleren met zijn drumsticks.

Steve Harley & Cockney Rebel mochten twee jaar geleden het festival reeds afsluiten. En toen sloeg het noodlot toe, de pandemie die alle concerten en festivals een mokerslag toediende. De Britse popgroep onder aanvoering van zanger Steve Harley werd bekend in de vroege jaren ’70 met hits als ‘Sebastian’, ‘Judy Teen’ en ‘Make Me Smile’ (Come Up And See Me). En jawel, ook deze wereldhits staan nog steeds op hun playlist, al moet je hiervoor wel wachten tot aan het slotakkoord.

Harley had al enige tijd samengewerkt als straatmuzikant met John Crocker als voor het duo in 1972 de band Cockney Rebel oprichtten. Als drummer werd Stuart Elliott aangetrokken, bassist Paul Jeffreys en toetsenist Milton Reame-James vervolledigden de band. Na vijf optredens kwam de band onder contract bij het major label EMI Records, en met het nummer ‘Sebastian’ scoorde ze een grote hit. Een jaar na het debuutalbum ‘The Human Menagerie’ werd de band in 1974 verkozen tot ‘Most Outstanding New Act’. Maar aan het einde van een succesrijke toer namen alle bandleden -op Elliott na- ontslag. Harley zou vervolgens werken als sessiemuzikant voor populaire popprogramma’s als Top of The Pops. Vanaf dat moment betrof het een solo-project van Steve Harley. Het album ‘The Best Years of Our Lives’ uit 1974 werd geproduceerd door Alan Parsons, met de hitsingle ‘Make Me Smile’. Zijn huidige tourband noemt hij eigenlijk Cockney Rebel Mark III, maar afgezien van drummer Stuart Elliott zitten daar geen originele bandleden in. Robbie Gladwell op gitaar, Kuma Harada met de baslijnen en Barry Wickens op viool en  toetsenist James Lascelles vormen de band Cockney Rebel.

Zijn blonde lokken is hij al lang kwijt, maar zijn Glamrock staat gelukkig wel nog stevig overeind. Steve opende enigszins verrassend met ‘Here Comes The Sun’ van The Beatles én met ‘The Psychomodo’ katapulteerde hij ons terug naar die Engelse bluesboom. De hit ‘Judy Teen’ zat al vrij vroeg in de setlist en de song ‘Journey’s End’ is een nummer dat hij ooit bij elkaar schreef voor zijn zoon toen hij studeerde aan de universiteit. ‘The Coast Of Amalfi’ was een schaarse ballade, net zoals ‘The Lighthouse’ een heerlijke folksong was dat werd ingekleurd met Barry Wickens’ viooltunes. ‘Mr. Raffles’ (Man It Was Mean) was knappe gypsy jazz en meteen een meezingmoment. En dan werd er geknald met een wereldse versie van ‘Sebastian’, de debuutsingle uit 1973 én met ‘Make Me Smile’ (Come Up and See Me) toverde Steve Harley een glimlach op zijn inmiddels dolgedraaide fanbase.

Tekst en Fotoalbum: Philip Verhaege                                        Met dank aan (Ge)Varenwinkel

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.