REVIEW: ROOTS & ROSES, DINSDAG 01 MEI 2018 LESSINES (B)

Het Roots & Roses Festival in Lessines was alwaar een spectaculair muzikaal hoofdstuk. Naast zijn eclectische affiche konden de vele bezoekers ook genieten van heel wat zelfbereid lekkers en een breed gamma aan artisanale bieren. Het Festival is een ware smeltkroes voor  liefhebbers van moderne folk, blues, rock-‘n-roll, punk en garagerock. Maar de link met de blues is nooit ver zoek.  En die liefhebbers waren in grote getale afgezakt naar Lessines. In de wandelgangen werd gesuggereerd dat meer dan 4000 muziekliefhebbers de kassa waren gepasseerd. Het Festival ontstond in 2010 in Lessen, pal op de taalgrens tussen Vlaanderen en Wallonië. Die ligging staat meteen symbool voor de filosofie die de programmatie formuleert. Ook daar vervagen de grenzen en staat een muzikale open geest centraal….. En dit op zowel op de Stage Roots & Stage Rose.

IMG_0024

De Luikse punkband Cocaïne Piss & Mette Rasmussen staat onder leiding van Aurélie Poppins. Cocaïne Pis kreeg de kans om zich te bewijzen in de ‘Roses Stage’ rond de klok van 11u00. Het debuut  ‘The Pool’, uitgebracht op cassette, was in een mum van tijd uitverkocht. Twee jaar geleden doken ze dan maar de Electrical Audio Studio in en registreerden de release ‘The Dancer’, in samenwerking met Steve Albini. Het hebbeding verscheen op Hypertension Records en bevestigde meteen de reputatie van de band. Vorig jaar tekende ze present met het album en de bijhorende single ‘Piñacolalove’. Meteen ook de openingssong van een knallende show. Cocaïne Piss wordt op het podium vergezeld door de free jazz-saxofoniste Mette Rasmussen. De Deense virtuoze experimenteert, improviseert, sloopt meerdere muzikale barrières en is een knappe aanvulling in de zwaarbeladen noise punkrock van Cocaïne Piss. Aurélie bevindt zich haast meer tussen haar inmiddels dolgedraaide fans, dan op het podium. Op het vroege aanvangsuur waren songs als ‘Seks Weirdos’, ‘Happiness’ en het zwaar bas-gestructureerde ‘Incest’ dan ook leuke maar oorverdovende binnenkomers.

IMG_0047

Iedereen was meteen wakker en dus trokken we dan maar richting ‘Roots Stage’ voor de Brussels Crystal & Runnin’ Wild, dat werd opgericht in 2012. Zangeres Crystal is geboren in onze hoofdstad en groeide op in een nest dat bol stond van country muziek, soul, Doo Wop, rockabilly en rock-‘n-roll. Samen met Patrick Ouchêne (Guitar/ vocals) Johnny Trash (Drums/ vocals) en Dan BlackWolf (Double bass/ vocals) serveren ze een aardig potje hedendaagse Hot Rockin’ en aanstekelijke rockabilly. De single ‘Already Damned’, het opzwepende ‘I Love Monster’ en The Pleasure Seekers’ cover ‘What A Way To Day’ uit het album ‘Good Taste In Bad Friends’ uit 2015 konden velen onder ons best verleiden tot de eerste omzichtige danspasje van de middag.

IMG_0096

Yak is dan weer een Engelse alternatieve rockband. Zanger-gitarist Oliver Henry Burslem, bassist Andy Jones en drummer Elliot Rawson komen uit Wolverhampton en stonden in de ‘Roses Tent’. Het trio speelde aanvankelijk in heel wat groepen voor ze de band Yak oprichten in 2014. De single ‘Plastic People’ (2015) op het label Fat Possum Records was een bescheiden succes. Het debuutalbum ‘Alas Salvation’ uit 2016 bracht hen zowaar op het grote Glastonbury Festival en het Reeperbahn Festival in Hamburg. En de titeltrack knalde ook hier meedogenloos door de woofer. Net zoals het zwaar gecomponeerde ‘Harbour The Feeling’, dat in contrast stond het stemming wisselende ‘Ride The Pony’. Als jonge wolven die net een prooi hebben berooft strooit ook Olivier gretig met heavy gitaarriffs. Haast naadloos rijgen ze nummer na nummer aan elkaar en was ‘Blended By The Light’ zowaar het eerste rustpunt van het Festival. De eerste muzikale ontdekking was inmiddels ook een feit.

IMG_0130

Terug naar de ‘Roots Tent’ want daar kwam de Spaanse rock band Dead Bronco zijn nieuwe album ‘Driven by Frustration’ voorstellen. Wat wij van het hoesje vinden willen jullie waarschijnlijk niet weten. Maar goed, we zijn hier in de eerste plaats voor de muziek en voor Dead Bronco’s sound. En dat was best een aardig stukje opwindende country blues. En het nummer ‘The Descendant’ was daar een knappe illustratie van. De traditionele akoestische instrumenten zoals banjo’s, mandolines, contrabas en gitaar werden met een elektrische twist en met behulp van deformatie en opwindende effecten tot ware modulaties herschapen. Dead Bronco creëert een sound dat ze zelfs graag verwoorden als Americana Sludge. Vocalist/gitarist Matt Horan, Adan Gomez (mandoline/gitaar), Joel Bruña (banjo), Adrian Kenny (double bass) en drummer  Guille Peña zetten dan ook al vrij vroeg de tent in lichterlaaie. Het mooi opgebouwde duet ‘My True Love’ stond in antithese met de country rocker ‘Floating Down River’, het banjo geënthousiasmeerde ‘Stuck In The Mud, het hamerende ‘Don’t Poop’  en ‘Alli Gator’, dat werd gekruid met een geweldige outro.

IMG_0172

Op de ‘Roses Stage’ wachtte de Gentse garage- en surfband Fifty Foot Combo vol ongeduld om hun set aan te vangen. Voor ons zijn deze Stroppen allang geen onbekende meer. Na enkele personeelswissels en een korte break zijn nu Drummer Bart Rosseau, Jens De Waele (bas), percussionist Jesse Roosen Bongos, Sandra Hagenaar (Hammond/Theremin) en gitaristen Rodrigo Fuentealba en Steven Gillis responsabel voor de opwindende sound. Eind jaren 90 kwam hun eerste album ‘Go Hunting’ uit, dat door velen terecht de hemel werd in geprezen. Ook internationaal werd het een succesverhaal. Het klankenpalet werd al snel omschreven als Monstrophonic Sound. De surf composities bleven vandaag helaas in de kast, en net dat vonden wij een jammere topic. In plaats hiervan kregen we een loei- en spijkerharde, maar niet onverdienstelijke set.

IMG_0243

J.D. Wilkes is de prettig gestoorde frontman van de Legendary Shack Shakers. Met een stomende mix van rockabilly, blues en country verovert J.D. al snel de harten in de ‘Roots Stage’. In februari verscheen zijn eerste soloalbum ‘Fire Dream’. Daar duikt hij diep in zijn Kentucky roots. Maar ook Bluegrass, hillbilly, blues en zelf jazz zijn hem niet vreemd. Live laat J.D. zich begeleiden door de Legendary Shack Shakers. En laten die nu ook met ‘After You’ve Gone’ een nieuwe release in de winkel rekken hebben. De Shakers zijn een hotte ritmesectie die bestaat uit gitarist Gary Siperko, Preston Corn (bas) en drummer/percussionist en wasboard specilist Fuller Condon. In de Nashville scene wordt Wilkes aanschouwd als een van de beste frontmannen.

Wel, hier op de ‘Roses Stage’ deed hij die naam ook alle eer aan. Gekenmerkt door zijn hippe Southern rock en swampy hillbilly blues betoverd hij zijn grote schare volgelingen. Met expressieve, explosieve en fanatieke interpretaties kruid J.D. zijn songs als ‘Sugar Baby’, ‘Old Spur Line’ en het malle ‘Who Walker In’. Het nummer ‘Gypsy Valentine’ werd zelfs een meezinger van formaat. Kan het nog gekker?

IMG_0283

De meidengroep The Darts zijn back in business en op de ‘Roses Stage’. Verwar deze girls niet met de Doo Wop  sound van de Engelse band Darts, die succesvol waren eind jaren ’70, begin jaren ’80. De ene helft van deze chicks woont in Los Angeles, de andere komt ergens uit  Phoenix, Arizona. Als alternatieve rockband verbazen ze vriend en vijand. Frontvrouw Nicole Laurenne en bassist Christina Nunez kwamen voor het eerst naar het Roots & Roses Festival in 2016 met hun vorige band The Love Me Nots. Ze zongen dit jaar ook het officiële festivallied. Drumster Rikki Styxx  en Michelle Balderrama (guitar) vervolledigen de ritmesectie. Met nummers als ‘Running Through Your Lies’, ‘She’s Gone’ en ‘My Heart is a Graveyard’ uit de spiksplinternieuwe EP spijkeren ze hun set. Net zoals Not My Baby’ en vooral ‘Batteries’ voor een echte garage-psych-rock party zorgden voor het podium. De vrouwelijke tegenhangers van The Cramps veroverd in een mum van tijd alle jonge hartjes. En dat niet allen met hun sexy looks en moves, maar ook met hun muzikaal klankenpalet!

IMG_0348

Het duo Left Lane Cruise wordt geleid door de extraordinaire slide gitarist Fredrick “Joe” Evans IV. En Joe  krijgt in de ‘Roots Tent’ backing van drummer Pete Dio. Left Lane Cruiser produceert al meer dan een decennium lang platen en hun muziek is te horen in tal van populaire tv-series in de Sates zoals Banshee, Breaking Bad en Nashville. Grensoverschrijdend is het minste wat kan gezegd worden van dit duo. Blues als attitude, maar dan ritueel en spiritueel.

Net zoals de geoogde befaamde Fat Possum-stijl. Dit was trash Mississippi blues van een wel heel hoog niveau. Left Lane opende in kruissnelheid met Hound Dog Taylor’s ‘Wild About You Baby’. Het krachtige ‘Booga Chaka’ -met zijn bootleg Whiskey sfeertje- en de diepe Mississippi slide uit ‘Big Momma’ waren culminatiepunten in een activerende show. En als Boogie Beast’ harpvirtuoos Fabian Bennardo op het podium verschijnt, ontstaat er haast duivelskunstenarij tussen het trio. En wat dan gezegd van het nummer ‘Claw Machine Wizard’, waarmee alweer werd aangetoond dat ook deze jongens uit hun comfortzone kunnen stappen, uiteraard mede door Evans IV slidegitaar. Net zoals het swingende ‘Lay Down’, met zijn ZZ Top Texaanse shuffle….die ons sterk deed terugdenken aan ’Jezus Just Left Chicago’… Hell Yeah!

IMG_0420

King Khan & The Shrines zijn langzaam een vaste waarde op het Festival. De band die werd gevormd in 1999 door een 22-jarige Khan stond voor deze gelegenheid geprogrammeerd in de ‘Roses Tent’. Deze sensationele en in Berlijn gebaseerde band staat bekend om zijn grappen en grollen op het podium, net zoals mister Khan outfits. Garagerock en psychedelische soul worden herkauwd tot moderne James Brown –achtige composities. De schaars geklede en overweldigende frontman maakte hier alweer de meest indrukwekkende capriolen. De soul en funky partyband  en het scuzz-rock ensemble is compleet met blazerssectie. En ze begeleiden hun meester door een knap oeuvre. Het old-school soul nummer ‘Bite My Tongue’ en het freaky ‘Land Of The Freak’ barsten van energie. Het is haast zijn zielsmerk, en rock uitdrijvingen zoals in ‘Burning Inside’ en ‘I Wanna Be A Girl’ worden gekenmerkt met bijpassende kostuums, choreografische podiummoves en dolle bende go-go-dansers in naam van The Darts. De neo-soul herleefde in Roots & Roses!

IMG_0450

Uit Spanje kwam ook voor deze gelegenheid de band Guadalupe Plata afgezakt. Zanger/gitarist Perico de Dios, drummer Carlos Jimena en Paco Luis Martos (banjo en Barreno) zorgen voor een aangename set blues klanken op de ‘Roses Stage’. Met een breed scala en esthetisch verantwoorde nummers waren ze de grote verrassing van de middag. Haast improviserend en uiterst judicieus gaven nummers als  ‘Demasiado’, ‘Lorena’ en vooral ‘Rezando’ blijk van Spaanse kneedbare blues tunes.

IMG_0518

Tjens Matic, dat is Arno met drie rockende vrienden. De bijna 69-jarige Arno Hintjens met zijn nooit aflaten energiek heeft een band samengesteld met drummer Laurens Smagghe, gitarist Bruno Fevery en bassist Mirco Banovic. Vorig jaar verkochten ze de AB uit in enkele luttele minuten. Nu stonden ze zowaar op het Roots & Roses Festival. En ook in de ‘Roses Tent’ was het drummen geblazen. Op de setlist nummers uit zijn interimaat Tjens Couter en T.C. Matic, en de periodes eind jaren ’70, begin jaren ’80. Na wat gesticuleer met een staafmixer werd ‘Being Somebody Else’ meteen in onze gehoorgangen geschopt. En werd ‘Cook Me’ luidkeels meegezongen. Arno duikt dan maar diep in de geschiedeniskoffer en komt met het Tjens Couter chapiter ‘The Milk Cow’. En die melkkoe -uit een melk en milkshake stand- werd letterlijk en figuurlijk binnengehaald door enkele doordachte Arno fans. Fevery’s gitaarriffs laat zich ook niet onbetuigd in ‘Que Pasa’ en het persuaderende ‘Middle Class And Blue Eyes’. Nummers als ‘Dance With Me’, ‘No Job’ en ‘Living With Me’ zijn stuk voor stuk zo voorspelbaar maar staan na al die jaren nog steeds overeind. Het zeer prevalerende ‘Le Java’ en ‘Gimme What I Need’, speciaal voor Mireille Mathieu die hij godverdomme toch zo graag zag, waren de voorbode voor ‘Middelfinger’ en het feestelijke ‘Oh La La La’ . Het nummer ‘Meet The Freaks’ uit Arno’s soloplaat ‘Water’ uit 1994 was haast onherkenbaar door Fevery’s gitaarwerk. Maar dat kon niet gezegd worden van het luid mee gekeilde ‘Putain Putain’. Arno oogstte fris, was bijzonder goed bij stem en bewijst dat hij….. en hij allen The Godfather Of The Belgian Blues & Rock scéne is!

IMG_0555

We zijn nog niet echt bekomen van Arno’s capriolen of we moeten al terug naar de ‘Roots Stage’ voor Tony Joe White. Hij kreeg de blues met de paplepel ingegoten wanneer hij als jongste uit een gezin van zeven  in 1943 het levenslicht ziet op een katoenplantage in Oakland Grove, Louisiana. In zijn jeugdjaren speelt hij in talloze nachtclubs in zijn thuisstaat en Texas, waarna hij in 1968 in Nashville belandt. In dat jaar wordt hij in een klap wereldberoemd met ‘Polk Salad Annie’. Zijn muzikale carrière beslaat ruim vijftig jaar, waar hij zich een eindeloze reeks van zeer kenmerkende nummers en hits toe-eigende. The Godfather van de swamp rock is een levende legende, waarbij de leeftijd geen vat lijkt te hebben op zijn subliem, expressief gitaarspel en zijn donkerfluwelen diepe stem. Hij mag artiesten als Eric Clapton, Joe Cocker en Bonnie Riatt tot zijn bewonderaars rekenen. Maar Tony Joe White is ook de man achter heel wat hits. Of wat dacht je van ‘Polk Salad Annie’, ooit gecoverd door Elvis Presley, zijn ‘Rainy Night In Georgia’, dat door Hank Williams Jr. en Brook Benton werd gespeelt en ‘Steamy Windows’ waar Tine Turner misschien wel haar grootste hit mee scoorde.

IMG_0565

Na een instrumentale intro opende Tony Joe solo met het wondermooi ‘Way Down South’. White’s soulmate en Nashville gebaseerde drummer Brian ‘Fleetwood Cadillac’ Owings komt hem dan vervoegen voor ‘Undercover Agent For The Blues’. Nog zo’n bijou was ‘Roosevelt And Ira Lee’ uit alweer 1969. Tony Joe houdt het graag ingetogen en vervolgt zijn weg met de swamp boogie ‘Do You Have A Garter Belt’, de wondermooie ballade ‘The Guitar Don’t Lie’, het bluesy ‘Hold Up’ en de goosbumps klassieker ‘Tunica Motel’, waar Tony Joe zijn nederige wah wah pedaal perfect in balans houdt met zijn bluesharp. Met de  ‘Rain Crow’ van zijn recentste album bewijst The Godfather of Swamp Blues dat hij nog steeds een uitstekend tekstschrijver is. Het verhaal gaat terug naar zijn kindertijd toen hij voor het eerst op negenjarige laaftijd hoorde praten over een rain crow. Tijd om met voor ‘Polak Salas Annie’ afscheid te nemen van een sympathieke en legendarische blues artiest.

IMG_0619

De punk/rock groep Black Lips is de laatste band op de ‘Roots Stage’. Deze Amerikaanse garage-punk band komt uit Atlanta, Georgia. In het millennium jaar riepen de tieners Alexander, Swilley, Bradley en Eberbaugh de band Black Lips in het leven. Twee jaar na de oprichting kwam gitarist Eberbaugh om het leven toen hij in december van 2002 werd aangereden door een dronken bestuurder die verkeerde kant in reed. Zijn vervanger werd Jack Hines, die twee jaar later zou vervangen worden door Ian Saint Pé Brown. Met een historische excentriciteit waren nummers als  ‘Can’t Hold On’ en ‘Crystal Night’  vooraanstaande songs. King Khan dolde en keilde enkele rollen toiletpapier in het rond. Intussen werd het gaspedaal fors ingeduwd in songs als ‘Family Tree’, dat alweer werd ingekleurd door knappe en heavy dissonante gitaarsolo’s. Het jump styling en stagediven werd intenser naarmate de avond vorderde en culmineerde in een losbandig einde van de show. Versterking door de security werd in de frontstage noodgedwongen geïnterpoleerd. De angst dat de dranghekkens het zouden begeven werd gelukkig niet onberoerd gelaten door de organisatie. Puik werk!

IMG_0707

Voor een laatste keer op naar de ‘Roots Stags’ voor The Blasters.

Eind jaren 70’ begonnen The Blasters…. rhythm & blues en roots beïnvloede rock-‘n-roll te spelen in bikers- bars in en rond hun geboorte stad Downey, California. Het debuutalbum ‘American Music’ (Rollin ‘Rock) uit 1980 was een krachtige verzameling van frisse, onderscheidende songs die de artificiële grenzen tussen blues, rockabilly, country, R & B en rock & roll aftasten. De volgende drie albums voor Slash / Warner Bros. ( ‘The Blasters’, ‘Non-Fiction’ en ‘Hard Line’) kregen steeds meer de unieke songwritingstem van de originele gitarist Dave Alvin, terwijl de line-up van de band werd uitgebreid met pianist Gene Taylor, saxofonisten Steve Berlin en New Orleans-legende Lee Allen (de man die de saxofoon in rock & roll neerzette). In 1986 verliet Dave Alvin de band om een ​​solocarrière na te streven. In het volgende decennium vulde een reeks beroemde gitaristen zoals Billy Zoom, Michael “Hollywood Fats” Mann, Greg “Smokey” Hormel en James Intveld de positie in.

IMG_0641

In 1996 trad de huidige gitarist Keith Wyatt toe tot de line-up en blisten The Blasters gestaag door in de VS en Europa, alvorens terug te keren naar de studio in 2004 om het album ‘4-11-44’ op te nemen. Na het vertrek van drummer Jerry Angel, werd de band herenigd met het originele lid Bill Bateman en bracht vervolgens de release ‘Fun on Saturday Night’ uit in 2012 op het label Rip Cat Records. Ondertussen werd de catalogus van The Blasters vernieuwd met heruitgaven  van de vorige albums. Nu, meer dan dertig jaar later staan deze heren nog steeds op scherp. The Blasters worden nog steeds beschouwd als één van de meest invloedrijkste bands in het hedendaagse Americana en rock gebeuren. Dat Phil Alvin (vocals en gitaar) samen met John Bazz op bas, Keith Wyatt op leadgitaar en Bill Bateman met zijn drumsticks, een grote reputatie en achterban hebben getuigde hier van een grote opkomst. De strakke boogiewoogie gitaartunes uit ‘Long White Cadilllac’ werden haast naadloos ingevolgd door ‘Border Radio’ en ‘Dark Night’. Phil Alvin kijkt haast stoïcijnst, maar is verdomd goed bij stem. Nummers als ‘Trouble Bound’, het probate ‘I’m Shaking’, origineel van Little Willie John en het swingende ‘Don’t You Hear Me Crying’ waren sterke culminatiepunten in de set. En dan moest ‘Daddy Rolling Stone’, de klassiekers ‘American Music’ en ‘Marie Marie’ én de slotsong ‘One Bad Stud’ nog de setlist modificeren. Take care, Phil!

Het Roots & Roses Festival was alweer een schot in de spreekwoordelijk roos… Graag afspraak op 01 mei 2019…!

Met dank aan Roots & Roses Festival, Myriam & Fred, de voltallige ploeg vrijwillige medewerkers en het CC Rene Magritte

Noteer alvast in je agenda:
Vrijdag 27 juli 2018, ‘A Woodstock Reunite’ met Canned Heat en Ten Years After, in Hopital Notre-Dame à la Rose, Lessines.

Tekst: MarGo (Roses Stage)
Tekst & Fotoalbum: Philip Verhaege (Roots Stage)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s